The effect of a PACE intervention in general practice on determinants and levels of physical activity: a randomized controlled trial.
Participanten
Drs. G.H.C.W. Althuizen, dr. M.N.M. van Poppel, dr. D.R.M. Timmermans, dr. J.M.G. van Vugt, prof.dr. R.A. Hirasing, prof.dr. J.C. Seidell, dr. M.G. van Pampus, prof.dr. W. van Mechelen
Periode
Oktober 2002 - september 2007
Sponsor(s)
ZON Mw
Doelen
Het project behandelt de volgende twee vragen:
1) Hoeveel bewegen en eten vrouwen tijdens de zwangerschap, welke factoren bepalen dit gedrag en hoe is dit gedrag gerelateerd aan de gewichtstoename of -afname tijdens en na de zwangerschap?
2) Wat is het effect van een persoonlijk advies over bewegen en voeding tijdens de zwangerschap op de gewichtsontwikkeling tijdens de zwangerschap en in het eerste jaar na de bevalling?
Methoden
Bovenstaande vragen worden in twee afzonderlijke fasen van het onderzoek bestudeerd.
Aan de eerste fase van het onderzoek deden 160 zwangere vrouwen mee. Zij vulden op vier momenten (7 maanden zwangerschap, 6 weken, 6 maanden en 1 jaar postpartum) een vragenlijst in over onderwerpen zoals gewicht, leefstijl - waaronder lichamelijke activiteit en voeding - en gezondheid. Uit de resultaten bleek dat het advies wat vrouwen kregen over hoeveel ze mogen aankomen van belang is voor hun gewichtstoename tijdens de zwangerschap.
- Binnen het onderzoek komen vrouwen met ondergewicht 16,0 kg aan, vrouwen met normaal gewicht 14,6 kg, vrouwen met overgewicht 14,8 en vrouwen met zwaar overgewicht 8,1 kg.
- Vrouwen met een te ruim advies kwamen vaker aan buiten de richtlijnen dan vrouwen die een passend advies hadden gekregen. 65% van de vrouwen kreeg een kloppend advies, 22% een te ruim advies (voornamelijk bij vrouwen die reeds overgewicht hebben) en 15% kreeg geen advies.
Gemiddeld komt 30% van de vrouwen buiten de richtlijnen aan. Echter, onder vrouwen met overgewicht bleek tweederde van de vrouwen te veel aan te komen.
- Op 6 weken postpartum wegen de vrouwen 3,82 kg meer dan voor hun zwangerschap, op 6 maanden postpartum is de groep gemiddeld 2,21 kg zwaarder in vergelijking met voor de zwangerschap.
Binnenkort worden longitudinale en multivariabele analyses uitgevoerd waarin ook de variabelen met betrekking tot voeding en beweging worden betrokken om te zien hoe deze variabelen samenhangen met de gewichtsveranderingen tijdens en na de zwangerschap. Ook worden de gegevens van 1 jaar na de bevalling bestudeerd.
In de tweede fase wordt bestudeerd of het geven van een persoonlijk advies over bewegen en voeding zwangere vrouwen helpt niet te veel aan te komen tijdens de zwangerschap en om na de bevalling weer op hun oude gewicht terug te komen. De studie is een RCT (Randomised Controlled Trial). Dit betekent dat de vrouwen op basis van toeval verdeeld worden over twee groepen: een controle groep die geen extra adviezen krijgt, en een interventie groep waarin vrouwen advies krijgen over bewegen en voeding. Er doen 8 verloskundigenpraktijken mee aan dit deel van het onderzoek. De interventie bestaat uit 4 sessies tijdens de zwangerschap en een sessie 6 weken na de bevalling. Om te kunnen kijken of de interventie effect heeft, krijgen vrouwen vragenlijsten over gewicht, bewegen en voeding bij voordat ze starten met het onderzoek en bij 25 en 35 weken zwangerschap. Verder vullen ze ook vragenlijsten in 8 weken, 6 maanden en 12 maanden na de bevalling.
Resultaten
De instroom van deelneemsters is in februari 2005 van start gegaan en loopt in ieder geval door tot februari 2006. Op dit moment zijn er 150 vrouwen die meedoen aan het onderzoek. De eerste resultaten van dit deel van het onderzoek worden begin 2007 verwacht.