De meeste voedingspatronen en systemen die worden gepresenteerd als de nieuwste methode om af te vallen, voldoen niet aan deze criteria. Ze zijn niet op het individu gericht maar suggereren dat iedereen in gelijke mate van het advies zou kunnen profiteren. Daarnaast zijn ze niet gebaseerd op medische grondslag, omdat de betrokkene zelf de diagnose overgewicht stelt en bepaalt of zijn of haar gezondheid niet zal lijden onder het gekozen voedingspatroon. Soms volgen mensen (meestal jonge vrouwen) een dergelijk eetpatroon zonder dat er sprake is van overgewicht.
Er bestaan veel theorieën over de wenselijkheid van een koolhydraatbeperking, een vetbeperking of een eiwitverrijking, die op snelle wijze tot het gewenste gewichtsverlies zouden leiden. Aan deze mode-diëten ontbreekt een wetenschappelijke basis. Het succes op lange termijn van voedingspatronen die ver verwijderd zijn van de gebruikelijke voeding is beperkt. Na verloop van tijd valt men terug in de oude gewoontes en neemt het gewicht weer toe. Soms leidt dit tot een hoger gewicht dan men had voordat men met lijnen begon, het jojo-effect. Omdat het basaalmetabolisme iets afneemt wanneer men heeft gelijnd, is het moeilijker daarna op gewicht te blijven. Dit gegeven versterkt het ontstaan van het jojo-effect.
Het is van belang dat een dieet in de fase van het gewichtsverlies 600 kilocalorieën (2,5 MJ) minder bevat dan de gebruikelijke iname om een gewichtsafname van 300-500 gram per week te bereiken. Het is van belang te streven naar 5-15% gewichtsverlies en een afname van de middelomtrek van 10%.
Omdat een dieet maatwerk is (op het individu afgestemd, zowel qua energiebeperking als wat betreft eet- en leefgewoontes, psychologische en financiële draagkracht en persoonlijke effectiviteit) met in acht neming van comorbiditeit, wordt de begeleiding uitgevoerd door de dietist.