|
Voor kinderen vanaf 2 jaar kan het Signaleringsprotocol Overgewicht als uitgangspunt worden genomen om overgewicht en obesitas te definieren.
|
|
Na vaststelling van gewicht naar lengte door gebruikmaking van de groeidiagrammen van de 4e landelijke groeistudie (1997), zal bij ≥ +1SDS de BMI moeten worden uitgerekend. Vervolgens zal m.b.v. internationale geslachts- en leeftijdsafhankelijk BMI-criteria worden nagegaan of het kind overgewicht of obesitas heeft. Daarna zal de klinische blik worden toegepast.
|
|
Internationale criteria voor de signalering van overgewicht en obesitas bij jongens en meisjes zijn beschreven in: Hirasing, 2001
|
|
Wanneer kunnen we spreken van een ongezond verloop van de groeicurve? In de JGZ maakt men zich vooral zorgen als jonge kinderen opeens veel dikker worden t.o.v. hun lengtegroei.
|
|
Het basaalmetabolisme, dat wil zeggen de minimale hoeveelheid calorieën die het lichaam dagelijks nodig heeft om te kunnen functioneren, ligt bij kinderen lager dan bij volwassenen.
|
|
Ouders hebben vaak moeite om vast te stellen dat hun kind te zwaar is. Dit fenomeen vormt een belangrijke barriere in de vroege opsporing van overgewicht bij kinderen.
|
|
Overgewicht en obesitas worden gedefinieerd aan de hand van de Body Mass Index (BMI) of Quetelet-Index (QI). Voor kinderen worden andere BMI waarden gehanteerd dan voor volwassenen.
|
|
Een gewichtstoename wordt veroorzaakt door een evenwichtsstoornis in de energiebalans met aan de ene kant de energie-inname en de andere kant het energiegebruik.
|
|
Onderzoek naar het verband tussen dikke baby’s en peuters onder de 2 jaar en overgewicht op latere leeftijd is nog niet gepubliceerd.
|
|
Voor de praktijk betekent dat gewicht en BMI een eerste indicatie voor de diagnose overgewicht zijn. Vanwege de correlatie van de buikomvang met co-morbiditeit is het van groot belang dat behandelaars (artsen, diëtisten, verpleegkundigen) de klinische blik betrekken bij de beoordeling van het gewicht van het kind.
|
|
|