Onderzoek naar het verband tussen dikke baby’s en peuters onder de 2 jaar en overgewicht op latere leeftijd is nog niet gepubliceerd. Op de vraag of de jeugdgezondheidszorg (JGZ) al moet ingrijpen bij kinderen van deze leeftijd is nog geen wetenschappelijk antwoord mogelijk.
Borstgevoede baby’s zijn de eerste 3 maanden zwaarder dan flesgevoede baby’s. Uit een meta analyse naar het verband tussen het geven van borstvoeding en later overgewicht blijkt, dat de prevalentie van overgewicht bij borstgevoede kinderen lager is. We weten dat kinderen in de eerste levensjaren hun groeilijn opzoeken. Japanse kinderen hebben bijvoorbeeld bij de geboorte ongeveer eenzelfde lengte en gewicht als Nederlandse kinderen, maar op de leeftijd van 2 jaar zijn zij kleiner en lichter en dat blijft zo voor de rest van hun leven.
Wel weten we dat kinderen van dikke ouders, ouders met een lage sociaal-economische status en allochtone ouders, meer kans hebben op overgewicht. Het beeld van ‘een dikke baby is een gezonde baby’ is in Nederland achterhaald. Baby’s die als aanvulling op de borstvoeding flesvoeding krijgen, een gebruik dat we nog al eens zien bij allochtone moeders, zijn al snel zwaarder dan baby’s die alleen borstvoeding of flesvoeding krijgen.
Het allerbelangrijkste om overgewicht te voorkomen is de leefstijl van ouders. Hoe eten en bewegen zij zelf. Het is ook moeilijk met alle reclame om te weten wat gezond eten is. Een potje peuter eten is voor veel kinderen te veel, terwijl ouders denken dat het op moet. Sapjes en tussendoortjes worden te veel gebruikt: 3 hoofdmaaltijden, fruit en wat thee of water tussendoor is voldoende. Ook baby’s zijn in de laatste jaren minder gaan bewegen: zitten in de maxicosi of het wipstoeltje gedurende langere tijd per dag geeft minder beweegmogelijkheden dan in een box en leidt tot minder calorieverbruik van de baby.