De meest haalbare, reproduceerbare en valide methode om kinderen van 2 jaar en ouder met overgewicht in de JGZ en de eerste lijn op te sporen is op dit moment:
1) vaststelling van gewicht naar lengte door gebruikmaking van de groeidiagrammen van de 4e landelijke groeistudie (1997),
2) bepaling van de BMI bij ≥ +1SDS in bovengenoemde gewicht naar lengte curve. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van het BMI nomogram
3) Nagaan in de tabel met de internationale BMI-criteria voor overgewicht en obesitas naar leeftijd en geslacht of het kind overgewicht of obesitas heeft. Tabel met BMI-criteria
4) klinische blik van de onderzoeker (arts JGZ) bij de grensgevallen die volgens de BMI-criteria overgewicht hebben.
De klinische blik van de onderzoeker in de JGZ is gebaseerd op kunde en ervaring en moet in deze gevallen de doorslag geven. Klinische blik is evenwel niet te standaardiseren. Het is wel mogelijk de klinische blik van artsen, verpleegkundigen en doktersassistenten JGZ te verscherpen door de volgende kenmerken bij de beoordeling van de BMI te betrekken.
- Lichaamsbouw
Korte benen, gespierd zijn of breed gebouwd zijn kunnen leiden tot een hoge BMI waarde zonder dat sprake is van overgewicht. Het omgekeerde komt evenzo voor. Een kind met een nog normale BMI, dat zeer smal gebouwd is en/ of zeer lange benen heeft, kan toch overgewicht hebben.
- Puberteitsstadium
Vlak voor het begin van de puberteit treedt een fysiologische groeidip op, waardoor kinderen een hogere BMI hebben dan bij onderzoek gedacht werd. In een later stadium van de puberteit treedt juist een groeiversnelling op waardoor weer het omgekeerde kan worden waargenomen. Inzicht in het puberteitsstadium kan bij meisjes verkregen worden door navraag te doen naar de menarchedatum, zo die al bereikt is. Bij jongens is het alleen mogelijk door lichamelijk onderzoek aan de hand van de puberteitsstadia volgens Tanner (Tanner 1969).
- Etniciteit
Andere lichaamsbouw dan de Nederlandse bouw kan vertekening van de BMI geven. Internationaal wordt nagedacht om de afkapwaarden van obesitas bij kinderen van Aziatische afkomst lager te leggen. Anderzijds worden kinderen van Midden- en Zuid-Amerikaanse afkomst op grond van hun lichaamsbouw sneller als te dik aangemerkt. Ook bij mediterrane kinderen en kinderen uit centraal Afrika kunnen kinderen zonder de klinische blik onjuist gecategoriseerd worden.
- Verdeling van vet over het lichaam
Het type vetafzetting, vooral rond de buik met relatief smalle benen en armen, geeft grotere kans op gezondheidsschade later.
Bij de klinische blik behoort het nagaan van de groeicurven tot het huidige meetmoment. Een continue licht verhoogde BMI lijkt in de praktijk minder alarmerend dan een snel stijgende BMI.
Het signaleringsprotocol