Een te grote buikomvang kan gepaard gaan met een beginnende hypertensie, hypercholesterolemie of opklimmende glucosewaarden.
Hoe verder de BMI stijgt, hoe groter de kans dat ook de buikomvang te groot is. Naast de weegschaal en klinische blik als diagnostisch instrumenten is dus het meten van de buikomvang van belang. De buikomvang wordt gemeten op een punt dat halverwege tussen de bekkenkam onder de onderste rib ligt.