Kleine tekst Medium tekst Grote tekst    Nederlands English
home - contact - nieuwsbrief - links - sitemap
Over overgewicht » Diagnostiek » Volwassenen
Lees meer!

Gloeilamp

Diagnostiek bij volwassenen

Gewichtstoename ontstaat door een langdurige, veelal subtiele, onevenwichtigheid in de energiebalans. Zowel genetische, biologische, psychosociale en omgevingsfactoren beïnvloeden de energiebalans.


De diagnose overgewicht wordt gesteld door de BMI (body mass index) of de QI, de Quetelet Index te bepalen. Een BMI ≥25 kg/m2 bij volwassenen is overgewicht, bij een BMI ≥30 kg/m2 spreken we van obesitas*.


Overgewicht en obesitas worden gedefinieerd als een abnormale of buitensporige opeenhoping van vet dat de gezondheid kan beïnvloeden.


Als screeningsinstrument voor overgewicht wordt vaak de buikomvang gebruikt. Bij mannen wordt een grenswaarde ≥102 cm gehanteerd voor een ernstig verhoogd risico op metabole complicaties, bij vrouwen ligt deze grenswaarde bij ≥88 cm.


Het viscerale vet dat met de buikomvang gemeten wordt, ontwikkelt zich tot een actief endocrien orgaan, dat stoffen afscheidt die metabole stoornissen veroorzaken. Dit vetweefsel produceert verschillende eiwitten die biologisch actief zijn, de adipocytokines genoemd. Van de volgende stoffen is een duidelijke werking bekend.


De term metabool syndroom verwijst naar het vaker dan op grond van toeval mag worden verwacht samen vóórkomen van een aantal risicofactoren voor hart- en vaatziekten namelijk glucose-intolerantie, hypertensie, overgewicht dyslipidemie (lage conentratie HDL-chloesterol en hoge concentratie triglyceriden) en insulineresistentie.


Het gewicht kan al stijgen door kleine veranderingen in het voedings- en het beweegpatroon. Als iemand het ontbijt overslaat en pas halverwege de ochtend begint te eten, verschuift het hele maaltijdpatroon.


De waist-hip ratio is een goede voorspeller voor het optreden van type 2 diabetes mellitus en hart- en vaatziekten. Er zijn geen vastgestelde definities voor een te hoge waist-hip ratio.


Omgevingsfactoren kunnen worden onderverdeeld in de fysieke omgeving (is er een speelplaats beschikbaar, die goed is onderhouden), de sociale omgeving (wat vindt men ervan als ik een appel prefereer boven een energierijk tussendoortje), de economische omgeving (hoeveel korting krijg ik als ik een grote hoeveelheid koop) en de politieke omgeving.