|
Gewichtstoename ontstaat door een langdurige, veelal subtiele, onevenwichtigheid in de energiebalans. Zowel genetische, biologische, psychosociale en omgevingsfactoren beïnvloeden de energiebalans.
|
|
De diagnose overgewicht wordt gesteld door de BMI (body mass index) of de QI, de Quetelet Index te bepalen. Een BMI ≥25 kg/m2 bij volwassenen is overgewicht, bij een BMI ≥30 kg/m2 spreken we van obesitas*.
|
|
Overgewicht en obesitas worden gedefinieerd als een abnormale of buitensporige opeenhoping van vet dat de gezondheid kan beïnvloeden.
|
|
Als screeningsinstrument voor overgewicht wordt vaak de buikomvang gebruikt. Bij mannen wordt een grenswaarde ≥102 cm gehanteerd voor een ernstig verhoogd risico op metabole complicaties, bij vrouwen ligt deze grenswaarde bij ≥88 cm.
|
|
De term metabool syndroom verwijst naar het vaker dan op grond van toeval mag worden verwacht samen vóórkomen van een aantal risicofactoren voor hart- en vaatziekten namelijk glucose-intolerantie, hypertensie, overgewicht dyslipidemie (lage conentratie HDL-chloesterol en hoge concentratie triglyceriden) en insulineresistentie.
|
|
Het gewicht kan al stijgen door kleine veranderingen in het voedings- en het beweegpatroon. Als iemand het ontbijt overslaat en pas halverwege de ochtend begint te eten, verschuift het hele maaltijdpatroon.
|
|
De waist-hip ratio is een goede voorspeller voor het optreden van type 2 diabetes mellitus en hart- en vaatziekten. Er zijn geen vastgestelde definities voor een te hoge waist-hip ratio.
|
|
|