|
De (kilo)calorie is de eenheid waarin energie uit voeding wordt uitgedrukt. Het internationale SI stelsel spreekt van kilojoules. Een kilojoule is 4,2 kilocalorieën.
|
|
Bij veel volwassenen met overgewicht is de alcoholinname een belangrijke oorzaak. Een gram alcohol staat gelijk aan 7 calorieën. Hoewel een belangrijk deel van de geconsumeerde alcohol als warmte vrijkomt, leidt een alcoholinname van dagelijks twee tot drie glazen vaak tot een toename van het lichaamsgewicht.
|
|
De relatie tussen eiwit in de voeding en overgewicht is tweezijdig. Aan de ene kant levert eiwit 4 calorieën per gram en draagt een hoge eiwitconsumptie dus bij aan een inname van teveel energie. Aan de andere kant zorgt eiwit voor een verzadigd gevoel waardoor iemand minder snel trek krijgt na een maaltijd.
|
|
Een gram vet levert 9 kcalorieën. Dit is ruim twee maal zoveel als de calorische waarde van koolhydraten. Dat is dan ook de achtergrond achter het gebruikelijke advies om de vetten te beperken als men af wil vallen.
|
|
Het lichaam heeft koolhydraten nodig voor de energievoorziening van de hersenen en de rode bloedlichaampjes. Deze twee essentiële lichaamsfuncties (respectievelijk de prikkeloverdracht in de hersenen en het zuurstoftransport vanuit de longen naar de weefsels) zijn afhankelijk van de aanvoer van glucose.
|
|
Een verantwoord dieetadvies zou altijd uit moeten gaan van de Richtlijnen Goede Voeding (RGV), die voor de consument zijn uitgewerkt in de Schijf van Vijf. Deze voeding levert 100% van de vitamines en mineralen en voedingsvezels en 85% van de behoefte aan eiwit, vetten en koolhydraten.
|
|
Veel mensen eten de aanbevolen hoeveelheden brood en aardappelen, zoals die te vinden zijn op de site van het Voedingscentrum (www.Voedingscentrum.nl) niet. Uit onderzoek blijkt dat 80% van de bevolking denkt volgens de Richtlijnen Goede Voeding te eten, maar dat slechts 20% dat ook werkelijk doet.
|
|
Het is niet eenvoudig om een gezond voedingspatroon te kiezen, zonder over elementaire voedingskennis te beschikken. Vruchtensap bijvoorbeeld heeft een gezonder imago dan frisdrank, het bevat geen koolzuur en levert wel vitaminen, maar levert per glas evenveel kilocalorieën.
|
|
Een onhandige keuze van tussendoortjes heeft veel impact op de energie inname. Het zijn vooral de tussendoortjes die rijk zijn aan vet en suiker die dit effect hebben: chocolade, koek, gebak, drop, chips, ijs, kroket en saucijzenbroodje bijvoorbeeld.
|
|
Volgens de wet moeten light producten een derde minder van een bepaalde stof bevatten. Dit kan vet zijn, suiker, of calorieën. Een light frisdrank bevat dus minder suiker dan een gewone variant.
|
|
Wanneer mensen gewend zijn overal te eten, leidt dit tot een grote energie inname en onbewust eten. Het kiezen van een vaste eetplaats kan leiden tot bewuster eten en minder eten.
|
|
Voedingsvezels geven volume aan het voedsel en zijn belangrijk voor de spijsvertering en het ontstaan van een verzadigingsgevoel. Beide aspecten zijn belangrijk bij het voorkomen van overgewicht en in het energiebeperkte dieet.
|
|
Een dieet dat is samengesteld volgens de richtlijnen goede voeding, bevat een goede basis van vitamines en mineralen. Dit geldt ook voor een energiebeperkt dieet op basis van de RGV.
|
|
Zoetstoffen zijn te onderscheiden in energieleverende en niet-energie leverende zoetstoffen. De eerste hebben als nadeel dat ze weliswaar trager worden opgenomen, maar uiteindelijk toch 4 calorieën per gram leveren.
|
|
De vochtbehoefte voor iemand die wil afvallen is 2 liter per dag. De Richtlijnen Goede Voeding gaan uit van 1,5 liter; om af te kunnen vallen is iets meer nodig.
|
|
Het energiegehalte van frisdranken, limonades en vruchtensappen is nagenoeg gelijk. Per glas van 150 ml bevatten ze 12-15 gram koolhydraten, dat komt overeen met 48-60 calorieën.
|
|
Meer nieuwsberichten...
|