Het lichaam heeft koolhydraten nodig voor de energievoorziening van de hersenen en de rode bloedlichaampjes.
Deze twee essentiële lichaamsfuncties (respectievelijk de prikkeloverdracht in de hersenen en het zuurstoftransport vanuit de longen naar de weefsels) zijn afhankelijk van de aanvoer van glucose. Glucose ontstaat tijdens de spijsvertering uit de koolhydraten die met de voeding worden opgenomen.
Een voeding uitgaande van de kleinste basishoeveelheden van de Richtlijnen Goede Voeding levert 150 gram koolhydraten. Aangezien een gram koolhydraten 4 calorieën levert, komt dat overeen met 600 calorieën. Het advies is bij een energiebeperkt dieet 40-50 energieprocent koolhydraten aan te houden.
Het verdient de voorkeur koolhydraten in combinatie met vezels te gebruiken, omdat hier de verzadiging door wordt bevorderd. Dat betekent: bruine broodsoorten, en dagelijks groente, fruit en aardappelen of volkoren pasta of rijst. Peulvruchten zijn ook een goede keus in plaats van aardappelen, rijst of pasta.