Volgens de wet moeten light producten een derde minder van een bepaalde stof bevatten. Dit kan vet zijn, suiker, of calorieën. Een light frisdrank bevat dus minder suiker dan een gewone variant. In plaats van 12 gram koolhydraten per glas, zit er dan ongeveer 8 gram in.
Het verwarrende is, dat er ook light frisdranken bestaan waar helemaal geen suiker in zit. In grote lijnen is de verdeling zo: plastic flessen bevatten dranken zonder suiker, kartonnen verpakkingen bevatten dranken met suiker.
Ook vleeswaren en kaas zijn er in light varianten. Hierbij is doorgaans sprake van een reductie van 30 procent vet, hoewel er inmiddels kaassoorten met minder dan 10 procent vet verkrijgbaar zijn.
Een reductie van vet leidt niet automatisch tot een reductie van kcal. in de voeding
Veel light vetproducten worden door consumenten goed van smaak gevonden en kunnen daadwerkelijk leiden tot een lagere energie inname.
In een meta-analyse van 16 studies (Astrup, 2000), waarvan 14 RCT’s met totaal 1910 personen, zijn de effecten van een vetbeperking nagegaan waarbij gewichtsverlies niet het doel was. De vetinname was 37,7 (95% CI, 36.9-38.5) % in de “laag vet” groepen en 37.4% (36.4-38.4) in de controlegroepen. Personen met een BMI >30 kg/m2 die een dieet met gemiddeld 10,2 (8,2-12,3) energieprocent minder vet gebruikten zonder verdere caloriebeperking hadden na een jaar 3,2 kg (95% CI 1,9-4,5 kg; P<0,0001) meer gewichtsverlies dan controle-groepen en een grotere afname in energie inname (1138 KJ/285 kcal., 95% CI 564-1712 KJ/ 140-400 kcal., P=0,002). Hierbij was sprake van een dosis-respons relatie.
Hamman et al (2006) vonden na een jaar dat een lage vetinname bij aanvang en tijdens het dieet een sterke relatie had met gewichtsverlies (r=-0,78 baseline en r=-1,68 kg/per jaar per 5 % reductie in vetinname P<0,0001); na 3 jaar was dit r=-1,52 kg/per jaar per 5 % reductie in vetinname P<0,0001).
Bron: CBO multidisciplinaire behandelrichtlijn obestias, 2008