Kleine tekst Medium tekst Grote tekst    Nederlands English
home - contact - nieuwsbrief - links - sitemap
  Zoeken
Over overgewicht
Lees meer!

Komkommer en tomaten

Hoe vaak komt overgewicht voor?

Prevalentie van overgewicht bij volwassenen

Het aantal mensen dat in Nederland aan overgewicht of obesitas lijdt is de laatste decennia sterk gestegen. In 2002 hadden 45% van de mannen en 35% van de vrouwen van 20-59 jaar overgewicht of obesitas (Visscher, 2002). Van deze groep had 10% obesitas. Recentere gegevens duiden erop dat het percentage obesitas nu iets hoger ligt dan 10% (RIVM, Schokker, 2006; CBS, 2006; Gezondheidsraad, 2003).

Prevalentie van overgewicht bij kinderen 

Uit cijfers uit 2004 blijkt dat gemiddeld 14.5% van de 4 tot 16-jarige jongens en 17.5% van de meisjes overgewicht (inclusief obesitas) had. Dit is een flinke toename sinds 1980 toen de percentages 3.9% respectievelijk 6.9% waren en sinds 1997 toen deze 9.7% en 13.0% waren. Ook voor obesitas zijn de percentages toegenomen van 0.2% in 1980, naar 1.2% in 1997 naar 2.6% in 2004 voor de jongens en van 0.5% naar 2.0% naar 3.3% voor de meisjes (van den Hurk, 2007; Hirasing 2001). 

Met subsidie van VWS zijn TNO en VU begonnen met de voorbereidende werkzaamheden voor de Vijfde Landelijke groeistudie, die in 2008 wordt uitgevoerd. In 2009 zullen op basis hiervan nieuwe groeidiagrammen worden gepubliceerd.

Risicogroepen voor het ontwikkelen van overgewicht en obesitas zijn:
• Mensen met een lage sociaal economische status (SES)
• Allochtonen
• Chronisch zieken en gehandicapten
• Mensen die stoppen met roken

Bron: Gezondheidsraad 2003

Kinderen met een laag geboortegewicht en vervolgens een snelle inhaalgroei vormen ook een risicogroep, evenals kinderen met een hoog geboortegewicht en kinderen met ouders met overgewicht of obesitas (Ong, 2000; Reilly, 2005). 

Odds ratios voor obesitas op jong volwassen leeftijd als gevolg van obesitas bij het kind zelf of van de ouders

Uit onderstaande tabel valt af te lezen dat het risico dat obesitas bij zeer jonge kinderen (1-2 jaar) geen goede voorspeller is van obesitas op volwassen leeftijd. Bij die kinderen is het hebben van ouders met obesitas veel belangrijker. Bij toenemende leeftijd neemt het belang van het obese zijn als kind toe en het obees zijn van ouders af. Van de kinderen die op 15-17 jarige leeftijd geen obesitas hadden en geen obese ouders hadden, werd 5% obees als jong volwassene. Van de kinderen uit die zelfde leeftijdgroep die zelf al obees waren op die leeftijd en 2 ouders met obesitas werd 81% obees als jong volwassene (Whitaker, 1997). 

 

Leeftijd (in jaren)

Obesitas als kind (ja versus nee)

Aantal ouders met obesitas (1 vs geen)

Aantal ouders met obesitas (2 versus geen)

1-2

1

3

14

3-5

5

3

15

6-9

9

3

5

10-14

22

2

2

15-17

18

2

6

Risicogroepen voor obesitas, overmatige vetopslag in de buik en het metabool syndroom betreffen ook specifieke groepen van psychiatrische patiënten. Hiertoe behoren bijvoorbeeld schizofrenie (McEvoy, 2005) en een bipolaire stoornis (McElroy, 2002). 

Bron: Conceptrichtlijn Obesitas 2008